Mijn lunch op Bali? Als ik mag kiezen: versgemaakte springrolls met zoetzure saus. Ayu en Sepi weten inmiddels hoe lekker ik die vind. Er worden dus extra veel gemaakt en er gaan ook nog wat porties de vriezer in. Dan weet ik zeker dat ik later in de week nog een keer kan genieten of 2 keer.

De smaken van Bali, en waarom ik altijd te veel springrolls eet

Het is een van die kleine dingen waardoor Bali voor mij als thuis voelt. De meisjes kennen mijn smaak, ik hoef weinig uit te leggen en toch is er altijd weer iets lekkers om naar uit te kijken.

Alleen over één ding bestaat geen twijfel: voor mij liever geen peper.

Een klein pepertje? Ik trap er niet meer in

Op Bali kunnen ze heerlijk koken. Maar wat daar als een klein beetje pittig wordt beschouwd, is voor mij soms al genoeg om stil te vallen aan tafel.

Zo’n klein pepertje, dat kan toch wel? Nou, nee. Bij mij eigenlijk niet. Ik spreek uit ervaring. En ook al lijkt het op een puntpaprika, het is toch een peper 🙂

Kroepoek is op zulke momenten mijn redding geweest. Of het bij iedereen helpt weet ik niet, maar ik grijp er graag naar. Nog slimmer is natuurlijk om vooraf te zeggen dat ik het eten niet pittig wil. Veel kruiden en smaak vind ik heerlijk, maar de sambal mag apart.

Dat geldt ook voor onze gasten. Vertel Ayu en Sepi wat u lekker vindt. U hoeft echt niet van pittig eten te houden om op Bali heerlijk te kunnen eten.

Eerst even op het menu kijken

In Villa Bima Sena hebben we een menu om mee te beginnen. Zeker als u net bent aangekomen, is het fijn om rustig te kijken wat er allemaal mogelijk is.

En dat is veel.

Saté van de barbecue, verse vis, springrolls, een lekkere soep of iets zoets na het eten. Het menu geeft een eerste idee; daarna kunt u met de meisjes bespreken waar u zin in heeft.

’s Morgens gaan ze naar de markt voor vlees, eieren, groenten en fruit. Zo wordt er gekookt met wat er verkrijgbaar is en met wat u graag eet. Zelf kies ik vaak voor kip. Ik heb ook rundvlees gegeten op Bali, maar de kip vind ik meestal lekkerder en malser.

En soms hoeft het helemaal niet uitgebreid te zijn. Een kom van die lekkere soep, Soto ayam, als lunch kan ook precies goed zijn. Al zal ik niet snel nee zeggen als er nog een springroll bij kan.

Mango uit de tuin en iets lekkers toe

In onze tuin staan een mangoboom en een papaja. Het blijft bijzonder om fruit aan een boom te zien hangen dat thuis gewoon in de supermarkt ligt. Als de vruchten rijp zijn, is dat natuurlijk extra genieten.

En dan de toetjes. Rijstpudding, de zoete gevulde pannenkoekjes, dadar gulung en mango sticky rice pudding. Die laatste is echt om uw vingers bij af te likken. Kijk maar naar de foto, dan begrijpt u waarschijnlijk al waarom.

Ik neem me weleens voor om wat minder te eten. Maar als zoiets op tafel komt, is dat voornemen toch even ver weg.

Kadek, wil je een kokosnoot openmaken?

Een jonge kokosnoot hoort voor mij ook bij Bali. U drinkt het kokoswater rechtstreeks uit de vrucht. Vooral op een warme dag is dat heerlijk.

Vraag gerust aan Kadek, onze tuinman, of hij er eentje voor u openmaakt. Of vraag het aan Ayu en Sepi, dan vragen zij Kadek even om te helpen. Zo’n heerlijk kokosnoot is genieten, gezond en die hebben we thuis niet.

Wat hebben de vissers vandaag gevangen?

Wij zitten in een echt vissersdorp. Brongbrong. Als u vanaf de villa over het strand naar rechts loopt, ziet u regelmatig de boten liggen. Soms hangen er hele slingers kleine visjes te drogen. Ik blijf dat een mooi gezicht vinden: het dagelijkse leven, gewoon op het strand voor ons huis. Dat zijn sardientjes die hangen te drogen.

Er wordt onder andere snapper en mahi-mahi gevangen. Mahi-mahi heeft heerlijk stevig, lichtgekleurd visvlees. Wat er die dag beschikbaar is, hangt natuurlijk af van de vangst.

Misschien vindt u het leuk om zelf eens mee te gaan vissen. Vraag dan naar de mogelijkheden. Verser dan uw eigen vangst wordt het bijna niet.

Voor tonijn moeten de vissers meestal wat verder de zee op. Soms hangt de kapitein tijdens een ochtendtocht om dolfijnen te spotten onderweg nog een lijntje uit. U gaat voor de dolfijnen en hij heeft zijn diner gevangen. Dat kan hier zomaar gebeuren.

Tonijn, knoflook en een koude Bintang

Tonijn van de barbecue met ui en knoflook: dat vind ik op Bali echt heerlijk. Een koud radlertje of een goed gekoelde Bintang ( Heineken ) erbij en ik ben helemaal tevreden.

Koffie met een beetje geduld

Mijn dag begint natuurlijk met koffie.

De traditionele Balinese koffie wordt vaak rechtstreeks in het kopje gezet: fijngemalen koffie, heet water erbij en even wachten. Het koffiedik zakt naar de bodem. Die laatste slok kunt u dus beter laten staan, tenzij u graag op uw koffie kauwt.

We hebben in de villa ook gewoon filterkoffie. Maar het is leuk om de lokale koffie eens te proberen. Op Bali groeit koffie, net als gember, kurkuma, vanille en allerlei pepers. Veel van wat wij thuis uit een pakje of potje halen, groeit hier gewoon.

En dan is er nog de bekende kopi luwak. De luwak is een civetkat die koffiebessen eet. De bonen worden weer uitgescheiden en vervolgens verzameld, schoongemaakt, gedroogd en gebrand.

Een bijzonder verhaal bij een kopje koffie, al klinkt het misschien niet meteen heel aantrekkelijk. Bent u nieuwsgierig en wilt u het proberen, de chaffeur weet wel waar je koffie kunt drinken.

Nog eentje dan

Wat ik zo fijn vind aan eten in de villa, is dat het vanzelf onderdeel wordt van de dag. ’s Morgens even bespreken wat we gaan eten, de meisjes naar de markt en later de geur uit de keuken.

Soms eten we uitgebreid. Soms is het soep, salade of een bord springrolls. En soms blijf ik na het eten nog even zitten met een koud drankje, terwijl ik naar zee kijk.

Dat zijn voor mij de smaken van Bali. Ze horen bij deze plek en bij de mensen die het hier zo fijn maken.

En die extra springrolls in de vriezer? Die komen echt wel op.

Lieve groet,
Karin